Casus Change Management Vlekho/Ehsal (22/08/09)

Voor contact: ++32-495-88-34-56 en karl.van.hoey@telenet.be

Op vraag van enkelen, hierbij DE casus die ik gedurende enkele jaren aan Vlekho en later Ehsal Management School gebruikt heb voor de studenten postgraduaat HRM; enjoy !

Mvg,

Karl

Integraal HRM in praktijk: teamwork

Onderneming “Logisch” N.V. (250 bedienden, 150 kaderleden), ontwikkelt en verkoopt software voor de financiële sector. Naar aanleiding van de economische crisis, die deze laatste sector zwaar getroffen heeft, stelt “Logisch” vast dat het aantal opdrachten drastisch terugloopt en er dus véél minder werk is. Geruchten over een mogelijke personeelsherstructurering (lees collectief ontslag) doen de ronde. De vakbonden zijn ongerust over het lot van de onderneming en haar personeel, maar hebben wel nog veel vertrouwen in de directie en haar goede bedoelingen. Het wordt echter met de dag duidelijker dat het zo niet verder kan en er wordt een bijzondere ondernemingsraad bijeen geroepen, waarop iedereen vreest dat het onvermijdelijke zal worden aangekondigd: collectief ontslag, sluiting of andere “doom-scenario’s”…

Op het laatste nippertje wordt deze bijzondere ondernemingsraad echter geannuleerd, omdat er – zo blijkt uit geruchten – een mogelijke “overnemer” op het laatste nippertje op de proppen gekomen is. Een week later worden de geruchten bevestigd: de overnemer is bekend: “Onlogisch” N.V., een bedrijf dat zich bezighoudt met hetzelfde, maar zich richt op de chemische industrie. “Onlogisch” (700 bedienden, 400 kaderleden) is geïnteresseerd in een aantal competenties en afdelingen van “Logisch”, maar schijnt verder nogal onverschillig te staan t.a.v. de voor haar minder interessante afdelingen van “Logisch”. De eerste contacten tussen de beide directiecomité zijn niet onmiddellijk hartelijk verlopen, er heerst duidelijk een andere cultuur...

Niemand durft het openlijk zeggen, maar sommigen vragen zich af of “Logisch” niet gewoon beter onder de “beste verstandhoudingen” gesloten was geweest, met interessante financiële voorwaarden voor iedereen, toen het nog kon…

Want wat moet er nu gebeuren met de afdelingen die voor “Onlogisch” minder interessant zijn ? Wie gaan nu de nieuwe grote bazen worden ? Wat met de leuke, gezellige werksfeer, nu “grote jongen” “Onlogisch” de touwtjes overneemt ?

Drie weken later is er opnieuw veel duidelijk:

-“Onlogisch” en “Logisch” fusioneren tot “Heel logisch” N.V., met één directiecomité, bestaande uit een paar directeurs van “Logisch”, de meerderheid van “Onlogisch” en een paar nieuwe externe directeurs. De anderen hebben het bedrijf verlaten.

-Uit het nieuwe “Heel Logisch” (950 bedienden, 550 kaders) moet met 400 mensen (250 bedienden, 150 kaders) de samenwerking worden beëindigd, met “zoveel mogelijk aandacht” voor de financiële wensen van de vakbonden, maar uiteraard met beperkt budget. Aan HR, in dialoog met het lijn-management, om uit te maken hoe die 400 personen moeten worden geselecteerden en wat er dient te gebeuren met de blijvers, te weten dat het “nieuwe ideale profiel” van “Heel logisch” bestaat uit een ideale comibinatie van de twee “oude” profielen van “Logisch” en “Onlogisch”.

-Er moet een nieuwe bedrijfscultuur gecreëerd worden die het beste uit beide oude culturen overneemt.

-HR moet één of meerdere nieuwe, frisse “gezichten” krijgen, want zowel bij “Logisch” als bij “Onlogisch” was HR niet zo bijster populair. Vanaf nu moeten mensen weten waaraf en waaraan, en vooral bij wie ze terecht kunnen met hun vragen. Ze moeten m.a.w. als volwaardige “interne klanten” aan hun HR-trekken komen.

-De twee aparte HR-administraties draaien nog wel (iedereen wordt m.a.w. betaald) maar moeten worden samengebracht op de meest efficiënte manier.

-Er moet een nieuw en degelijk opleidingsbeleid komen: het “opleidingsbeleid” van “Heel Logisch” is amper nog die naam waardig: door de fusie heerst onduidelijkheid: wat is onze visie over opleiding, wat is ons beleid, welke zijn de behoeften, wie is “verantwoordelijk” voor opleiding,… ?

-Het zelfde geldt voor het “performance management”: in beide oorspronkelijk bedrijven was er amper sprake van eindejaarsevaluaties, objectieven of functioneringsgesprekken. Dat moet veranderen: er moet een nieuw performance management systeem komen, dat volwaardig deel moet uitmaken van de managementijl en ondernemingscultuur.

-HR moet een communicatieplan opstellen zodat iedereen in de onderneming voortdurende een goed zicht heeft op de stand van zaken van al deze veranderingsprojecten.

Opdracht:

Het vroegere HR - team van “Logisch”, is ontslagen, en dat van “Onlogisch”, is zelf vertrokken. Jullie team wordt van buitenaf aangetrokken als nieuw HRM - Team. Eén van jullie is HR directeur en zetelt in het directiecomité bij de ondernemingstop, waar hij/zij een volwaardige stem heeft. Tijdens de eerste directiemeeting, vandaag, krijg hij/zij meteen als opdracht om al wat hier boven in cursief en vetjes staat, te realiseren.

Concreet: Jullie team wordt uitgenodigd om op het eerstvolgend directiecomité het nieuwe “HR-strategisch plan” uiteen te komen zetten, dat dus een oplossing moet bieden voor al deze behoeften. Het is natuurlijk de bedoeling dat jullie nadien zo snel mogelijk realiseren van in jullie plan staat, maar jullie krijgen 3 jaar als termijn om het uit te voeren en om jullie definitieve rapport voor te leggen. Op dit moment wordt enkel een integraal, coherent en zo concreet mogelijk strategisch plan verwacht, dat dus mag lopen over 3 jaar.

Nuttige informatie:

-Uit eerste contacten tussen het lijnmanagement en HR is gebleken dat de mensen van “Logisch” commercieel vrij goed zijn, die van “Onlogisch” zijn dan weer technisch beter. De noden van “Heel Logisch” bestaan duidelijk uit een combinatie van beide competenties.

-De bedrijfscultuur van “Logisch” is er één van “gemoedelijkheid” en “consensus”. Bij “Onlogisch” gaat het er met momenten véél “individualistischer” en “harder” aan toe….

-Kortom: er zijn wel een aantal grote verschillen tussen het gemiddelde profiel van “Logisch” en dat van “Onlogisch”.

-Zowel de vakbonden van “Logisch” als “Onlogisch”, die nu dus met mekaar moet samenwerken binnen “Heel logisch”, staan erop bij nagenoeg alles zo vroeg mogelijk “betrokken” te worden of minstens toch van zo veel mogelijk vooraf op de hoogte te worden gebracht, behalve voor zaken die enkel het management of de kaderleden aangaan. In tegenstelling tot de nogal moeilijke relaties tussen de leden van het nieuwe directiecomité (gezien hun verschillende achtergrond), schijnt het tussen de vakbonden onderling wel te “klikken”…

Tips:

-Véél belangrijker dan “juist” of “fout” antwoorden, is, dat de oplossing(en) die jullie voorstellen getuigen van:

-creativiteit en kritische ingesteldheid

-een coherente, integrale aanpak, met de nodige aandacht voor “change”

-logische onderbouwing en redeneringen

-het begin van een eigen “visie” over HRM.

-Jullie mogen maar moeten geen bestaande modellen/concepten gebruiken voor de voorstellen die jullie doen. Vrije suggestie voor dit geval: bestaande modellen gebruiken en indien nodig aanpassen in functie van de HR-noden van de onderneming

-Het voorstellen van een integrale aanpak voor het geheel van HR - behoeften is een eerste stap. Het meer concreet en precies uitwerken van oplossingen per HR-behoefte afzonderlijk, een tweede. Uiteraard zullen jullie het meeste aandacht moeten besteden aan de manier waarop jullie al de “change”-projecten gaan managen en integreren in het geheel.

-Indien jullie verbanden met de actualiteit zien, of zaken uit de actualiteit kan gebruiken, spreekt het voor zich dat dat zeer welkom is.

-Voor wie het niet ziet zitten: no panic! Stap voor stap een integrale aanpak opbouwen is de sleutel.

Veel succes !

Ik hou van u. (26/07/09)

Voor contact: ++32-495-88-34-56 en karl.van.hoey@telenet.be

"Ik hou van u."

Ik hou van de pen van Luc De Decker wanneer die in HR Square van 12 mei 2009 (nr. 70) schrijft dat in de bedrijfswereld een stevige "return on investment" de vertaling is van "ik hou van u".

De Decker stelt dat HRM "relatiekunde", en vooral "relatiekunst" is. En dat komt prettig naar voren in tijden van crisis zoals nu. In tijden van crisis wordt relatiekunde nog veeleisender: terwijl afscheid genomen wordt van de ene, moet de andere gemotiveerd blijven (en liefst zelfs nog een tandje bijsteken). Of moet er worden meegedeeld dat er bijv. geen royale bonus komt.

HRM is ook "verleiden" volgens De Decker. En in crisis-tijd moet niet langer enkel de werknemer verleid worden om te komen en te blijven, maar moet ook de werkgever gecharmeerd worden.

HR krijgt het dus bepaald druk: de werkgever charmeren betekent voor HR "resultaten" tonen. Maar welke resultaten, en op welke manier gaan wie die bereiken en aantonen ?

Als "ik hou van u" pas gewaardeerd wordt als de liefde cijfermatig in excell-sheets te lezen staat, dan moet HR beseffen dat:

De kunst van het verleiden =

De werkgever overtuigen om:

1. De medewerkers

2. Een degelijk HR beleid voor die medewerkers

... niet zomaar als kostenpost te beschouwen

... zelfs in tijden van crisis

HRM is verleiden, en verleiden is meer dan ooit overtuigen om... van mekaar te houden !

Mvg,

Karl, met dank aan Luc De Decker

Motiveren zonder taboes. (15/01/08)

Karl Van Hoey is HR Manager bij Ernst & Young en coach/docent/spreker bij diverse organisaties.

Contact: ++32-495-88-34-56 / karl.van.hoey@telenet.be

"Gesprekken zonder taboes", State of the Art "Motivatie" Vlerick, verschenen in HR Square nummer 52, januari 2008.

“Alleen al het feit dat u motivatiegesprekken houdt met uw medewerkers, motiveert hen”. Dat ondervindt Karl Van Hoey, HR-manager bij Ernst & Young en docent bij enkele vormingsorganisaties. Hij is overtuigd van de kracht van motivatiegesprekken en weet uit ervaring hoe u het best te werk gaat.

Motiveren is echter meer dan gesprekken voeren; verwacht geen wonderen van gesprekken op zich, ze vormen immers geen op zichzelf staand verhaal. Karl Van Hoey legt uit: “Een motivatiegesprek kadert altijd in een brede organisatiecontext. Een medewerker wordt door tal van factoren beïnvloed. Hij kan onder de indruk zijn van de fusie van het bedrijf met een ander, van de verminderde of vermeerderde productie, van nieuwe collega’s of van nieuwe taken die hij toegewezen kreeg. De impact van het gesprek zal sterk afhangen van deze context. Om het motivatiegesprek efficiënt en productief te maken, moet u deze context kennen en bewust zijn van de invloed ervan.”

Naast de organisatiecontext moet u ook uzelf én de medewerker kennen. Wees u bewust van uw stijl van leidinggeven. Verwacht niet dat een gesprek motiverend werkt indien u niets afweet van de medewerker. “Iemand die de bedrijfscultuur niet kent, zichzelf niet kent of de medewerker niet kan inschatten, kan geen motivatiegesprek voeren”, poneert Van Hoey.

Overigens mag er geen twijfel over bestaan: motivatiegesprekken zijn geen deel van de jaarkalender. Evaluatiegesprekken en functioneringsgesprekken zijn noodzakelijk maar onvoldoende. Van Hoey: “Feedback, opbouwende commentaar, moet permanent gegeven worden. Alleen zo kunt u een medewerker motiveren. Het is trouwens de enige manier om de medewerker te leren kennen en zijn motivatiegronden te bepalen. Daarenboven leert het u ook uw stijl van leidingeven aan te passen en te coachen op maat. Meteen de perfecte voorbereiding om motivatiegesprekken te voeren.” Want die blijven wel nodig. Van Hoey formuleert het als volgt: “Het feit dat u motivatiegesprekken voert, is doorgaans al een zeer krachtige motivator. Los van de functioneringsgesprekken of de dagelijkse feedback: medewerkers zijn het niet altijd gewoon dat de leidinggevende voor hen tijd maakt. De persoonlijke toets wordt enorm geapprecieerd.”

Voorbereiding op het gesprek

Een motivatiegesprek komt niet uit de lucht vallen. Er zijn een aantal vragen die u zich voorafgaand dient te stellen.

§ Wat motiveert de medewerker? Zijn er antecedenten die al dan niet motiveerden?

Observeer de medewerker. Een gemotiveerde medewerker kunt u herkennen (zie kader). Zo heeft u ook steeds een antwoord op “Maar ik ben helemaal niet minder gemotiveerd!”. Haal u situaties voor de geest waar de medewerker in kwestie ge(de)motiveerd reageerde.

§ Waar ben ik de vorige keer al dan niet de mist in gegaan?

Leer uw les. Ga na welke positieve en negatieve invloeden de job heeft op de medewerker. “Gedemotiveerde medewerkers antwoorden vaak in slogans”, weet Van Hoey. Genre: dit lukt niet, dat gaat niet, ik zie het niet zitten, ik doe het niet graag. Van Hoey heeft een middel om deze dooddoeners uit te schakelen: combineer open en gesloten vragen.

§ Welke open vragen kan ik stellen om meer inzicht te bekomen in wat mijn medewerker motiveert?

“Dwing uzelf en de medewerker om concreet te worden”, adviseert Van Hoey. “Er is niets zo confronterend als aan een gedemotiveerde medewerker vragen wat hij toch graag doet. De medewerker moet dan immers positief gaan denken. Hou de medewerker een spiegel voor. Tracht de medewerker ook te wijzen op de eigen verantwoordelijkheid, de eigen mogelijkheden die men heeft om de job boeiender te maken. Daarna gaat u nog een stap verder: verplicht u de medeweker in de toekomst te kijken. Zo start u het proces van toewijding om een doel te behalen.”

Voorbeeldvragen:

“Hoe sta je tegenover een eventuele …?”

“Welke aspecten van je job doe je zeer graag?”

“Hoe voel je je in je team?”

“Welke mogelijkheden tot eigen invulling van je job zie je?”

“Aan welke projecten zou je graag meewerken volgend jaar?”

§ Welke gesloten vragen kan ik stellen met hetzelfde doel voor ogen, maar om conclusies te kunnen trekken?

Probeer zeer precies de motivatie van de medewerker in kaart te brengen. Inventariseer de redenen voor (de)motivatie.

Voorbeeldvragen:

“Ik heb de indruk dat dossier X je minder boeide? Klopt dat? Waarom?”

“Ik heb de indruk dat dossier Y je erg boeide? Klopt dat? Waarom?

“Het is duidelijk dat je niet zo gemotiveerd was voor dossier Z, lag dat aan factor A of aan iets anders?”

§ Ben ik voorbereid op mogelijke antwoorden van de medewerker?

“Ook gedemotiveerde medewerkers kennen hun dossier goed”, zegt Van Hoey. “Zij zijn voorbereid op het gesprek, dus dan moet u dat zeker ook zijn. Tracht argumenten en antwoorden in te schatten. Wees proactief, en tracht bijkomende vragen voor te bereiden om hun antwoorden te counteren.”

§ Heb ik een gespreksstructuur waarop ik kan of wil terugvallen?

Motivatiegesprekken zijn vrij goed vergelijkbaar met algemene feedbackgesprekken. Van Hoey geeft toe dat er geen zaligmakende structuur bestaat die garandeert dat u het gesprek correct voert en resultaten boekt. Uw gezond verstand, algemeen inzicht en kennis wat betreft coachen en leidinggeven volstaan. Maar het is wel zo dat u zich moet voorbereiden, aandacht moet besteden aan de vermelde vragen en stap voor stap te werk moet gaan. Een structuur is aangenaam om op terug te kunnen vallen.

Voeren van het gesprek

Hebt u de bovenstaande voorbereidende stappen doorlopen, dan kan u een motivatiegesprek aangaan. Hou de opbouw logisch. Van Hoey raadt volgende stappen aan:

  1. Breek het ijs met een intro-babbel. Ga bijvoorbeeld eerst iets halen om te drinken. Dit geeft aan dat u de tijd zal nemen. Let op: laat de medewerker niet alleen achter in volle spanning, ga samen iets halen.
  2. Vang aan met de zeer open vragen. “Hoe graag heb je je huidige job/projecten/manier van werken? Op welke manier sluiten ze aan bij je ambitie en drijfveren?”
  3. Ga verder met vragen rond engagement, betrokkenheid. “Wat zou je naar de toekomst graag willen doen?”
  4. Vervolgens creëert u de gelegenheid om voorstellen te formuleren. “Is er nog iets anders wat je kan motiveren?”
  5. U sluit af met een afspraak. “Laten we afspreken dat…” Stel indien nodig een actieplan op. Toon nogmaals de wederzijdse verantwoordelijkheid.

Ga taboes niet uit de weg

Van Hoey is duidelijk: u motiveert professioneel indien u gesprekken voert zonder taboes. Ga deze dan ook niet uit de weg. “Er bestaan wel degelijk kl***jobs die toch door iemand gedaan moeten worden. Dat weten we allemaal, werkgever of werknemer. Wees dan ook niet te beroerd om dit toe te geven. De medewerker zal eerder uw eerlijkheid appreciëren dan uw hypocrisie over dat leuke project. Een motivatiegesprek is geen peptalk.”

Voorts moet u ook echt luisteren naar uw medewerker. Het brengt geen zoden aan de dijk om de zienswijze van de medewerker enkel maar te ontkrachten. Probeer u

ook eens in te leven. Het kan dat de medewerker andere motivatiegronden heeft dan u. Stel de vraag of er motiverende elementen zijn, eigen aan het dossier/de taak, die de medewerker anders ervaart of niet ziet. Misschien kan de manier van werken in het dossier/het project wel aangepast worden zodat de medewerker er zich beter kan in vinden.

Weeg verschillende mogelijkheden af, en vergeet ook uzelf niet in vraag te stellen. Bent u er zeker van dat u zich voldoende geïnformeerd heeft, zodat het belang, de context van een opdracht wel aansluiten bij de interesses van de medewerker? Kunt u de medewerker niet helpen? “Dit doet het vaak goed”, heeft Van Hoey ervaren. “Iemand verantwoordelijkheden bijgeven, kan motiverend werken, maar meestal wordt er niets weggenomen. Daarom mag u er niet voor terugdeinzen om uw hulp aan te bieden. Samenwerken motiveert.”

Van Hoey besluit: “Wees authentiek. Daar komt het op aan. Het heeft geen zin medewerkers met een kluitje in het riet te sturen. Biedt geen perspectieven die niet bewaarheid zullen worden. Ook niet om de medewerker toch nog iets langer aan de organisatie te binden. U bedriegt vooral uzelf.”

Waaraan herken je een gemotiveerde medewerker?

Een gemotiveerde medewerker:

§ straalt energie en tegelijk ontspanning uit

§ komt met ideeën en creatieve oplossingen

§ zoekt zelf naar middelen om zijn taak uit te voeren

§ gaat open in discussie

§ werkt doelgericht en geconcentreerd

§ is weinig ziek

§ produceert meer dan gemiddeld en doet dat op tijd

§ inspireert collega’s en heeft aandacht voor hen

§ vraagt aan collega’s hoe het met hen gaat vooraleer over iets anders te beginnen

Waaraan herken je een medewerker met motivatieproblemen?

Een gedemotiveerde medewerker:

§ straalt lusteloosheid uit of maakt een gespannen indruk

§ twijfelt openlijk aan de zin van zijn werk of dat van collega’s

§ uit veel kritiek zonder met alternatieven te komen

§ klaagt over de onmogelijkheid van zijn taak

§ is veel afgeleid

§ krijgt weinig ‘af’ en begint vaak opnieuw

§ maakt soms met opzet fouten

§ is veel afwezig

Mvg,

Karl